Uitzenden en detacheren

Uitzenden en detacheren biedt werkgevers de komende jaren nog veel flexibiliteit. Volgens de overgangsregeling moet de ABU-CAO uiterlijk 1 juli 2016 in overeenstemming worden gebracht met de Wet werk en zekerheid.

 

De bijzondere wettelijke regeling voor uitzendovereenkomsten is in de ABU-CAO voor uitzendkrachten uitgewerkt in het zogenoemde fasensysteem. Dit fasensysteem biedt werkgevers optimale flexibiliteit. Ook na de invoering van de WWZ.

De fase waarin het contract van een flexwerker zit, is afhankelijk van het aantal weken dat hij of zij voor het uitzendbureau heeft gewerkt. Hoe langer er voor het uitzendbureau is gewerkt, hoe meer rechten de flexwerker opbouwt. Er zijn drie fasen. Hieronder ziet u hoelang de fasen duren.

 

Fase A

Deze fase blijft zoals deze nu is: de eerste 78 gewerkte weken.

Fase B

Situatie nu: tijdens fase B krijgt de flexwerker telkens een tijdelijk contract. Het uitzendbureau mag zelf bepalen hoe lang deze contracten duren. De totale duur van fase B mag maximaal twee jaar bedragen of maximaal acht contracten.

Situatie vanaf 1 juli 2015: de duur van fase B verandert naar vier jaar waarin maximaal zes arbeidsovereenkomsten mogen worden aangegaan. Onderbrekingen tussen de arbeidsovereenkomsten met een duur van maximaal zes maanden tellen mee voor de telling van vier jaar. Is de onderbreking langer dan zes maanden, dan begint de flexwerker opnieuw aan het begin van fase A. Een terugval naar begin fase B bestaat niet meer met ingang van 1 juli 2015.

Fase C

Flexwerker komt in vaste dienst bij het uitzendbureau na fase B. Deze fase blijft zoals het is.

 

 

Wijziging in ABU-CAO

In het kader van een verdergaande stroomlijning van de beloning voor vast en tijdelijk personeel, hebben de werkgevers en de bonden in oktober 2014 een akkoord bereikt over de wijzigingen in de lopende CAO voor uitzendkrachten. Dit houdt onder andere in dat de in 2012 gemaakte principe-afspraak over de ‘inlenersbeloning vanaf dag 1’ (loon flexwerkers dat is gebaseerd op de arbeidsvoorwaarden van de inlener) per 30 maart 2015 is ingevoerd.

Het doel van deze wijziging komt voort uit een gelijke beloning van flexwerkers ten opzichte van medewerkers in vaste dienst bij de opdrachtgever. Dit betekent voor u dat alle flexwerkers die u per 30 maart 2015 inleent de beloning ontvangen die is gebaseerd op de beloningsregeling van uw eigen vaste personeel.

Dit houdt in dat sinds maart 2015 uitzendkrachten vanaf de eerste dag bij een opdrachtgever recht hebben op dezelfde beloning als vaste medewerkers bij die opdrachtgever (voor het zelfde werk). Die verplichting is nu pas na 26 weken. het gaat hierbij om loon, loonsverhoging, periodieken, toeslagen, ADV en kostenvergoedingen (onder andere vakantiedagen, vakantiegeld, feestdagen en pensieon tellen niet mee).

Daarnaast moeten uitzendkrachten toegang krijgen tot voorzieningen als de kantine, bedrijfsvervoer en kinderopvang en ze moeten kunnen solliciteren op vaste functies bij de opdrachtgever.

Uitzonderingen

Medewerkers waarvoor het uitzendbureau een 'opstapfunctie' heeft (zoals schoolverlaters,re-integratiekandidaten, langdurig werklozen) mogen de eerste 52 weken nog worden beloond volgens een apart intstroomtabel in de CAO voor uitzendkrachten. Ook voor medewerkers die het uitzendbureau van werk naar werk helpt, is het d ebedoeling dat de eerste 52 weken het loon volgens die CAO mag worden aangehouden. voor uitzendkrachten die voor onbepaalde tijd in dienst zijn bij het uitzendbureau komt er een eigen ABU-beloningsregeling.

Deel deze pagina